Uit onderzoeken blijkt dat we ons niet veilig voelen. De gemiddelde Nederlander heeft het gevoel dat hij op straat het leven niet zeker is. Hij vindt dat zijn eigendommen niet veilig zijn. En hij vindt dat misdadigers die hem of zijn eigendommen belagen, niet (afdoende) bestraft worden.
Daar had ik geen onderzoek voor nodig. Het was al jaren duidelijk. Niet alleen dat het inderdaad zo was, maar ook dat mijn landgenoten er zo over dachten. Maar in elk geval werd uit het onderzoek duidelijk dat de Nederlanders die er zo over denken een grote meerderheid vormen. En het woord meerderheid is interessant voor politici. Die hebben graag een meerderheid achter zich. Dus zie je de woorden veiligheid en politie veel terug in partij- en verkiezingsprogramma´s.
Wat ik alleen erg jammer vind, is dat men de oplossing voor de onveiligheid altijd maar in één richting zoekt: meer geld uitgeven. Wat er ook scheef zit in Nederland, leg het aan een politicus voor die het met je eens is, en hij zegt: Daar moeten we meer geld voor uittrekken. Een fenomeen dat al gesignaleerd is door wijlen Pim Fortuyn.
Naar Pim heeft men gedeeltelijk wel geluisterd. Sommige dingen mogen nu tenminste gezegd worden. Ze mogen eindelijk bij hun naam genoemd worden. Politiek correct zijn, is toch wat meer uit sinds Pim het veroordeeld heeft. Gelukkig maar. Maar dat betekent nog niet dat de politiek ook goed naar zijn oplossingen heeft geluisterd.
Eén van de beste stellingen van Pim was toch dat verbeteringen vaak niet om meer geld vragen, maar om verandering. Een andere aanpak is vaak doeltreffender dan meer geld uitgeven. Denk maar na: als je iets verkeerd doet, moet je aan die methode dan meer geld uitgeven? Of moet je een andere methode kiezen? Het laatste, natuurlijk.
Nou ligt het kiezen van een andere aanpak op het gebied van politie en veiligheid nog wat gevoelig. Politici willen wel toegeven dat de veiligheid vergroot moet worden. En ze willen er ook wel meer geld voor uittrekken. Maar slechts weinigen durven te zeggen dat de aanpak van de politie veranderd moet worden. De roepende in de woestijn die aanstipt dat de aan ons land grenzende Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen meer dan twee keer zoveel misdaden oplost als wij, wordt niet gehoord. Als er iemand nog verder gaat, en zegt dat de politie in Nederland niet doeltreffend werkt, dan vallen de politiechefs en -bonden over elkaar heen om de media te vertellen dat die persoon het helemaal bij het verkeerde eind heeft. Maar is dat wel zo? Wie heeft er nu eigenlijk gelijk?
Ik zal niemand vermoeien met een verregaande analyse van de aanpak van de politie. Daar ben ik ook niet de aangewezen persoon voor. Nee, ik denk dat enkele waar gebeurde voorbeelden voldoende zijn. Als we dan gewoon ons verstand gebruiken, zien we zo ook wel wat er niet klopt.
Eerste praktijkvoorbeeld. Iemand krijgt een basaltkei van ruim vijf kilo door de ruit. De kei mist hem en zijn dochtertje van twee op een haar na. Twee of drie centimeter naar links, en zijn dochtertje was in het hoofd geraakt en dood geweest. Als de politie wordt gebeld, krijgt men te horen dat er geen wagen beschikbaar is om naar de daders te zoeken. En de volgende dag op het politiebureau blijft men zelfs nog luchtig reageren als de basaltkei op de balie wordt gelegd en wordt verteld hoe dicht het dochtertje bij de dood is gekomen. Men is gewoon niet van plan om er iets aan te doen.
Tweede voorbeeld. Iemands portefeuille wordt gestolen. De eigenaar ziet de daders nog wegrennen. Aangifte bij de politie blijkt niet te helpen. De agent die de aangifte opneemt, lacht nog net niet schamper, maar laat wel doorschemeren dat het geen zin heeft om te hopen dat de politie hier achteraan gaat.
Derde voorbeeld. Een meisje van twaalf fietst van school naar huis. Op een gevaarlijke plek rijdt ze niet helemaal rechts omdat ze bang is in de sloot aan de rechterkant van het schuin aflopende weggetje te vallen. Haar rijgedrag ergert een achterop komende automobilist zó dat hij haar klem rijdt, op haar en haar fiets in trapt, en wegscheurt. Als het meisje met haar vader aangifte doet bij de politie en een beschrijving geeft van de auto en de dader, is de politie negatief over de vraag of ze dit gaan uitzoeken.
Ik heb expres geen extreme voorbeelden genomen, maar gewoon wat ik en mijn gezinsleden zélf hebben meegemaakt. Van alledrie deze gevallen is nooit iets gekomen. De politie heeft er niets aan gedaan. En dat lieten ze bij de aangiftes al blijken.
Wie de politie hierop aanspreekt, krijgt over het algemeen te horen dat men een mankrachtprobleem heeft. Of geldtekort. Of allebei. Ook de meeste politici heeft men hiervan weten te overtuigen. Maar klopt dat wel? Ik denk het niet.
Laten we ons boerenverstand gebruiken. Kijk eens naar deze voorbeelden:
Ik rijd op een verlaten polderweg 86 in plaats van 80. Ik krijg een bekeuring. Eigen schuld, zult u zeggen. Had u maar tachtig moeten rijden. Goed, dat is waar. Maar het is niet wat me steekt. Waar het me om gaat, is dat de politieman die dit registreerde niet een agent was die toevallig passeerde, op weg naar een belangrijk onderzoek. Nee, het was een agent die daar urenlang in zijn auto met een camera en meetinstallatie heeft gezeten. Nogmaals: op een verlaten polderweg in een van de allerdunst bevolkte delen van Nederland! (Zo dun bevolkt dat de overheid overweegt om er een onderloopgebied voor het voorkomen van overstromingen van te maken, ik wil maar zeggen…) Ik wil het nog niet eens hebben over de vraag of een bekeuring voor zes kilometer te hard rijden wel of niet belachelijk is. Ik werp alleen maar de vraag op:
Als de politie beweert dat het de misdaden die tegen ons zijn begaan niet kan oplossen door gebrek aan mankracht, waar zijn ze dan mee bezig als ze iemand urenlang op een verlaten polderweg snelheidsovertredingen van zes kilometer per uur laten registreren?!?!
Soortgelijk voorbeeld. Op een rustige zondagmiddag ga ik met mijn vrouw en mijn hond uit wandelen in de bossen bij Rhenen. Om de allerdrukste plekken te vermijden, zoek ik een stil bospad op. Bij het inrijden van de verharde weg langs het bos let ik goed op of ik parkeerverboden zie. Die zie ik niet. Bij het parkeren let ik goed op dat ik niet op de rijbaan parkeer, dat ik geen doorgetrokken strepen zie (die blijken er achteraf ooit wel geweest, maar verbleekt te zijn), of enige andere aanduiding waaruit blijkt dat ik er niet mag parkeren. Als we terugkomen van onze wandeling, zit er een parkeerbon op mijn ruit. Ik snap er niets van. Pas als we wegrijden, zien we verderop langs het weggetje borden die naar de andere kant gekeerd zijn en aangeven dat het op de paar honderd meter waarop ik een plekje had gekozen, verboden is om te parkeren.
Nou kan ik boos zijn over de futiliteit. Of over de onduidelijke situatie. En dat was ik aanvankelijk ook. Het heeft dan ook een tijd geduurd voordat ik me ertoe kon zetten om de bon te betalen. Maar goed, verbod is verbod, en ik heb de bon uiteindelijk dus gewoon betaald. Maar waar ik veel bozer over word, is dat diezelfde politie die beweert te weinig mankracht te hebben om stenengooiers, zakkenrollers en geweldplegers op te sporen en aan te pakken, wél een agent over heeft om op afgelegen bosweggetjes naar foutparkeerders te zoeken. Die twee zaken zijn niet met elkaar te rijmen.
Er zijn natuurlijk nog veel meer voorbeelden aan te halen. Echt extreem vond ik de politie in Eindhoven die beweerde geen mankracht te hebben om de mannen te arresteren die op het punt stonden een geldtransport te overvallen. Ze hadden overigens wél iemand over om de misdadigers vermanend toe te spreken. Nou vraag ik u…
Er zijn naar mijn mening drie mogelijke oorzaken voor deze misstanden.
1. Politiemensen zijn bonnenboekjestrekkende ambtenaren geworden die door de bomen van regeltjes en bekeuringen het bos niet meer zien. Ze zijn vergeten wat er nou werkelijk belangrijk is. Waardoor ernstige dingen niet worden aangepakt omdat ze bezig zijn met minder belangrijke details en stapels papierwerk. Die laatste conclusie ligt overigens aardig in de lijn van de stellingen van Pim. Hij wordt ook ondersteund door de WRR (de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid). Die concludeerde eind 2002 dat een politieagent in het Duitse NordRhein-Westfalen in 2,5 uur in zijn eentje een winkeldiefstal afhandelt (dat vind ik overigens nog vrij veel), terwijl er in Nederland twee agenten een héle middag mee bezig zijn. In totaal is dat in Nederland dus bijna vier keer zo lang als in Duitsland!
2. Of de politie doet bij voorkeur het makkelijkste. Het is makkelijker een bekeuring uit te delen dan een echte misdadiger op te sporen en te arresteren. Of, zoals Simon Vestdijk het lang geleden al gezegd heeft: Dacht je, dat de politie er wat aan deed? Die lopen ook liever een straatje om.
3. Of we geven de politie het voordeel van de twijfel en gaan ervan uit dat ze misschien alleen maar
hun prioriteiten niet op een rijtje hebben. Dat ze zo druk zijn met het bekostigen van hun eigen activiteiten door het uitdelen van bekeuringen voor onbenulligheden dat ze aan ernstiger zaken niet toekomen.
Eerlijk gezegd maakt het me niet uit welke van de drie oorzaken het is. Ik vind ze allemaal even verwerpelijk, storend en verontrustend.
Laten we eens wat doen aan de manier waarop de politie zijn geld besteedt en zijn mankracht inzet. Laten we eens tegen ze zeggen: éérst gaan jullie effectief ons lijf, leden en eigendommen beschermen, en als je dan nog tijd en mensen overhoudt, mag je pas kleine details aanpakken. Dan zou er hopelijk het een en ander verbeteren!